Vrouwen die het echt willen, bereiken de top wel

Vrouwen die het echt willen, bereiken de top wel

Van mannen verwachten we dat ze goed zijn in leidinggeven, van vrouwen denken we dat ze er ‘te zacht’ voor zijn. Vrouwen moeten zich dan ook extra bewijzen en worden bij sollicitaties voor leidinggevende functies op ‘mannelijke eigenschappen’ beoordeeld. Wanneer vrouwen deze eigenschappen toch bezitten, worden ze vaker als ‘gemeen’ gezien. Het omgekeerde geldt voor mannen: wie niet goed is in leidinggeven, is ‘geen echte man’.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er nog steeds minder vrouwen in leidinggevende functies binnen bedrijven en organisaties. Dit noemt men verticale segregatie (naast de horizontale segregatie die voor ongelijke verdeling in verschillende sectoren zorgt). 

In 2014 was slechts 16,6% van de bestuursleden bij Belgische beursgenoteerde bedrijven vrouw. Al is dit nog steeds een laag percentage, toch is er de voorbije jaren heel wat vooruitgang geboekt.  De wet van 28 juli 2011, die een bepaald percentage vrouwen in bestuursraden verplicht, heeft daar een grote rol in gespeeld. Voor deze wetgeving bekleedden slechts 10,1% vrouwen bestuursfuncties. Het wordt echter afwachten of dit cijfer (in dit tempo) zal blijven stijgen.
 

Leestips