Wat als de taal die jij spreekt vaak niet over jou spreekt?

We doen het allemaal automatisch en met de regelmaat van de klok, mensen indelen in twee ogenschijnlijke simpele categorieën: man of vrouw. Zo vaak dat we er zelfs niet meer bij nadenken. In het dagelijkse leven horen we al snel “excuseer mevrouw, mag ik u iets vragen?” of “dames en heren, welkom op de IC trein naar…”. Daar stellen we ons geen vragen bij, maar voelt iedereen zich wel thuis in die binaire hokjes van man of vrouw? En hoe zit het dan met onze binaire taal waarmee iedereen dagelijks geconfronteerd wordt? Een gastblog door Genderspectrum Antwerpen

Non-binariteit

De laatste tijd is er meer en meer aandacht voor non-binariteit, zoals dat dan heet. In de media verschijnen steeds meer verhalen van personen die zich niet identificeren als man of vrouw. Vaak wordt hierbij de vraag gesteld of we wel klaar zijn om gender non-binaire mensen te includeren in onze binaire maatschappij.

Die vraagstelling legt de vinger op de wonde. Er is nood aan ruimte voor mensen die zich buiten de binaire gendercategorieën bevinden. Die inclusieve ruimte creëren was onze grootste drijfveer om de vereniging Genderspectrum Antwerpen op te richten.

De beslissing om een vereniging op te richten was één ding. De zoektocht naar een zo inclusief mogelijke taal om onze doelgroep te benoemen was een pak moeilijker. Een onderzoek van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen toont namelijk aan dat gender non-binaire personen vaak het gevoel hebben dat ze niet behandeld worden volgens hun ervaren genderidentiteit. We stelden onszelf de cruciale vraag, waar gender non-binaire personen zelf ook dagdagelijkse mee geconfronteerd worden:

Volstaat onze binaire taal om de zeer diverse groep aan gender non-binaire personen te includeren?

Voornaamwoorden

Een van de meest tastbare problemen op vlak van taal zijn de voornaamwoorden om te verwijzen naar individuele personen. De opties die onze taal hiervoor aanreikt zijn eerder beperkt:  "hij/zijn" of "zij/haar". Voor de meeste non-binaire personen zijn die opties echter te beperkt. Onze binaire taal schiet ons dus tekort.

Een snelle Google search biedt gelukkig al soelaas. Uit de peiling van het Transgender Netwerk Nederland bleek dat ‘die/hun’ voor velen tegemoetkomt aan hun geleefde ervaring. Onze eigen kleinschalige Facebookpoll bevestigde dat ‘die/hun’ ook in het Vlaams de meest gebruikte optie is.

Voorbeeld: “Die wilt graag naar een event van Genderspectrum Antwerpen komen om zich goed te voelen in hun vel”

Toch zijn er nog andere mogelijkheden voor gender non-binaire personen. Mensen voelen natuurlijk zelf aan welke woorden voor hen het meest comfortabel zijn. Zo kan het dat iemand graag een nieuwe voornaam wil die beter past bij zijn genderidentiteit, maar dat hij toch graag aangesproken wordt met het mannelijke voornaamwoord "hij". Kortom, het helpt om een non-binaire persoon zelf te vragen wat hun/haar/zijn voorkeur geniet.

Genderneutrale woordenschat

Naast voornaamwoorden zijn er nog tal van andere taalobstakels. Denk maar aan de gangbare benamingen van jobs, rollen of functies, al zijn hier vaak evidente oplossingen voor. In plaats van te spreken over een vroedvrouw of een poetsvrouw, kies je beter voor genderinclusieve alternatieven zoals vroedkundige en poetshulp. Een cameraman wordt zo bijvoorbeeld een cameratechnieker of je herformuleert je zin gewoon door te stellen dat “de persoon die de camera bedient”.

Door te kiezen voor genderinclusieve functiebeschrijvingen gaan we bovendien binaire genderstereotypen uit de weg. Schadelijke stigma’s dat bepaalde jobs “typisch voor mannen” of “typisch voor vrouwen” zouden zijn gooien we overboord, én we zijn inclusief naar alle genderidentiteiten. Win-win, toch?

Vaak hebben we niet zozeer nieuwe woordenschat nodig, maar moeten we onze perceptie simpelweg bijstellen. “Dames en heren” wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt in aankondigingen of verwelkomingen.

Waarom verwelkomen we niet iedereen met “geachte reizigers, collega’s, aanwezigen…”?

Afhankelijk van de context zijn er vaak genderinclusieve alternatieven en synoniemen.

Toch zijn er ook thema’s waar behoorlijk wat taalobstakels opduiken.

Dat is onder meer het geval op vlak van familierelaties. Mama’s en papa’s zijn ouders, net zoals opa en oma grootouders die hun kleinkinderen graag verwennen. Tot daar, geen probleem. Maar hoe maak je je taal inclusief als er geen alternatieven zijn voor woorden zoals broers, zussen, nichten, neven, tantes, nonkels…? Net zoals bij voornaamwoorden is de gouden tip om non-binaire personen te vragen naar hun persoonlijke voorkeur. Sommigen horen graag “brus” in plaats van broer of zus. Anderen duiken de goede oude “kozijn” op om de binaire termen neef of nicht te vermijden.

Niets is onmogelijk dus, hoewel het soms zoeken is naar oplossingen in onze Vlaamse taal. Als je op de grenzen van inclusief taalgebruik stuit, vraag je best gender non-binaire personen zelf om raad.

Gouden raad op maat

Gesprekken met verschillende mensen en onze ervaringen binnen Genderspectrum leerden ons veel over inclusief taalgebruik. Hier volgt onze gouden raad op maat:

  • Als je over iemand spreekt van wie je de naam en genderidentiteit niet kent, kan je deze persoon beschrijven aan de hand van zichtbare kenmerken.

Voorbeeld: “Die persoon met die rode trui ziet er leuk uit.”

  • Wanneer je een tekst op papier zet, lees dan je tekst een keer na met een “genderbril”. Ga op zoek naar binaire constructies die je kan vermijden. Probeer een synoniem of alternatief te zoeken. Wanneer dat toch niet lukt of geforceerd lijkt, is het vaak handig om je zin gewoon anders te formuleren.
  • Gebruik zoveel mogelijk genderinclusieve woorden en beschrijvingen. Spreek dus liever over een verpleegkundige dan een verpleger of verpleegster, en over een politieagent in plaats van een politieman of politievrouw.

Sluit je mails en andere schriftelijke correspondentie af met je naam, gevolgd door je voornaamwoorden.

Voorbeeld: "Hartelijke groeten, Uwi Van Hauwermeiren (die/hun)" of "Met vriendelijke groeten, Anke Truyers (zij/haar)"

Dat lijkt misschien onbelangrijk voor jou als je je comfortabel voelt met het gender waarmee mensen je doorgaans identificeren, maar deze kleine geste heeft meerdere voordelen. We sommen ze even voor je op:

  1. Je correspondent weet nu met zekerheid hoe jij graag aangesproken wordt;
  2. Je correspondent weet nu ook dat jij binaire genderidentificatie niet vanzelfsprekend vindt en kan zich hierdoor veilig voelen om blijk te geven van diens eigen voorkeur op vlak van voornaamwoorden;
  3. Je draagt bij aan de sensibilisering en bewustwording rond genderinclusief taalgebruik en zet het goede voorbeeld door proactief je voornaamwoorden te vermelden in je correspondentie.

Veel mensen reageren al gauw: “Maar die voornaamwoorden zijn voor mij helemaal niet belangrijk”. Maar voor sommige personen zijn die voornaamwoorden net wél heel erg belangrijk. Als je enkel van die personen verwacht dat ze hun voornaamwoorden onder hun correspondentie zetten, dan worden ze in de schijnwerpers gezet en creëer je een drempel voor anderen om zichzelf te zijn.

  • Ook wanneer je jezelf voorstelt, kan je je voornaamwoorden toevoegen. Hiermee doorbreek je genderbinaire vooronderstellingen en draag je bij aan bewustwording rond het thema.
  • Persoonlijke voorkeur is belangrijk. Als je weet dat iemand het oké vindt om als vrouw aangesproken te worden, is het geen probleem om haar als vrouw te benoemen in de taal die je gebruikt. Als je weet dat iemand non-binair is, kijk dan ook hier naar hun voorkeuren. Welke voornaamwoorden worden er door hen verkozen? Hoe worden ze graag aangesproken?

Vragen staat vrij!

  • Tot slot, op het internet vind je tal van website waarop je oneindig veel synoniemen kan vinden. Je zal versteld staan van hoe rijk de Nederlandse taal al wel niet is. In nood kan je dus ook altijd websites zoals synoniemen.net raadplegen om een genderinclusief synoniem te zoeken voor je taalobstakel.
Genderspectrum Antwerpen