Intersekse: geen ‘derde geslacht’ maar deel van een spectrum

Piet Hoebeke is gewoon hoogleraar kinderurologie aan de UGent en aan het UZ Gent. Hij is er tevens decaan van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Door zijn ervaring met transpersonen en personen met intersekse heeft hij een duidelijke visie over intersekse variaties. In deze gastblog schetst hij een helder beeld van wat intersekse variatie inhoudt, en hoe intersekse een deel is van het (biologische) spectrum van seksuele identiteit.

 

‘Variaties in de seksuele ontwikkeling’, ‘Differences in Sexual Development’ of ‘DSD’: heel wat ingewikkelde woorden om aan te duiden dat niet elke mens geboren wordt als typische man of vrouw. DSD was origineel de afkorting van ‘Disorders of Sexual Development’, maar sinds men is gaan inzien dat die variaties niet steeds aandoeningen zijn (‘disorders’) verkiest men de term ‘differences’ of ‘variaties’.

De personen die zelf deze variaties hebben verkiezen nog steeds de term ‘intersekse persoon’. Zo zijn ze deel van de LGBTQIA+ community, een parapluterm voor alles wat niet past in het typische man-vrouw-hokjesdenken.

Een recent onderzoek in opdracht van de Vlaamse en de Nederlandse overheid dat peilt naar de kennis en opvattingen over personen met intersekse leert dat het bedroevend gesteld is met de kennis en dat meer kennis kan leiden tot een betere acceptatie. Vandaar een poging om via deze blog de kennis nog wat verder te vergroten en verspreiden.  

De mens kent twee typische geslachten, mannelijk en vrouwelijk. De reden voor deze tweedeling is de voortplanting, waarbij twee individuen van de menselijke soort genetische kenmerken met elkaar uitwisselen om te komen tot een verbetering van de soort. Om die uitwisseling te kunnen doen hebben we gespecialiseerde organen nodig en daarom zijn we mannetjes- en vrouwtjesmensen die zich via copulatie kunnen voortplanten.

De realisatie van die tweedeling is gebaseerd op zeer complexe mechanismen.

Vergelijk de mens met een huis.

Om een huis te bouwen heb je een plan nodig, en het plan van de mens slaat op de genetische informatie die een persoon van de ouders meekrijgt. Het is een complex plan met vele kamertjes, waarbij elk kamertje nog eens opgebouwd is uit verschillende elementen - we spreken van chromosomen opgebouwd uit genen. De mens heeft typisch 46 chromosomen, waarbij het laatste paar verschilt bij vrouwen (XX) en mannen (XY).

Om een huis te bouwen heb je niet alleen een plan nodig maar ook bouwmaterialen. In de ontwikkeling van de mens zijn dat vooral hormonen die werken via hormoonreceptoren - ik vergelijk het vaak met sleutels en sleutelgaten. Het hormoon is de sleutel en de receptor het sleutelgat, en om de deur te openen moet de sleutel in het sleutelgat: opdat een hormoon kan werken moet het inwerken op de receptor. Deze hormonen worden aangemaakt in de gonade (geslachtsklier) die in de eerste tien weken van ons foetale bestaan bij iedereen gelijk is, en na die periode ontwikkelt in teelbal of eierstok of soms niet ontwikkelt in één van deze.

Kortom, verschillende elementen bepalen hoe het gebouw er zal uitzien en al deze elementen kunnen onderwerp zijn van variatie. Zo kan het plan kleine ‘foutjes’ bevatten, stukjes ontbreken of stukken informatie dubbel hebben. De uitvoering van het plan kan afhankelijk zijn van heel wat variaties in hoeveelheid en soort van het gebruikte bouwmateriaal, of in het geval van de hormonen, kunnen er bijvoorbeeld wel sleutels zijn maar onvoldoende sleutelgaten, of omgekeerd. Het kan dus gaan om foutjes in het DNA, problemen met de gonade of problemen met de werking van de hormonen, of een combinatie van deze factoren.

 

Piet Hoebeke

 

Hoe het definitieve huis eruit ziet kan dus heel variabel zijn net omdat er zoveel beïnvloedbare factoren zijn.  Gemiddeld echter zien we twee grote categorieën verschijnen, mannen en vrouwen,  en, ertussenin, personen met intersekse. Het onderscheid laat zich merken door de lichaamsbouw en door de geslachtskenmerken die verschillen, waardoor het typisch beeld van een man en een vrouw ontstaat. Bij intersekse gaat het om een mengvorm, waarbij bij heel wat mensen de fantasie toeslaat over hoe dat er allemaal kan uitzien. In essentie komt het echter vaak neer op een mannelijke onderontwikkeling in een mannelijke foetus (kleinere penis met verstoorde aanleg van de plasbuis en de balzak) of een mannelijke overontwikkeling in een vrouwelijke foetus (vergrote clitoris met beperkte toegankelijkheid van de vagina en versmelting van de schaamlippen).

Echter is de variatie veel breder dan enkel de hierboven beschreven intersekse. Niet alle vrouwen zien er gelijk uit. Vulva’s kunnen variëren, borsten zijn verschillend, de algemene lichaamsbouw verschilt van vrouw tot vrouw. Idem voor mannen: penissen zijn variabel in lengte en dikte, de spieropbouw verschilt tussen mannen, beharing en kaalhoofdigheid verschillen en ga zo maar door. Dus ook de variaties binnen de herkenbare geslachten is het gevolg van de variatie in de werking van de verschillende mechanismen om het huis te bouwen.

Mensen presenteren in drie categorieën is dus een verarming van de rijkdom die het biologische spectrum biedt.

En dan hebben we enkel nog maar de dimensie van het geslacht geëxploreerd.

De seksuele identiteit van mensen is multidimensioneel: genderidenteit (het diepe aanvoelen van je zelf als zijnde man, vrouw, beiden of geen van beiden), genderexpressie (de manier waarop je uiting geeft aan je genderidentiteit), seksuele voorkeur (of je seksueel aangetrokken bent tot mannen, vrouwen of mensen in het algemeen) en seksuele interesse (hoe sterk seks je bezig houdt en in welke mate je seksuele energie ervaart) zijn dimensies die deel uitmaken van de seksuele identiteit en ook deze zijn bepaald  door het bouwplan en de realisatie ervan. Bijkomend zijn er ook nog culturele en sociale factoren.

We komen dus uit bij een rijke variatie aan seksuele identiteiten bij de mens, die het resultaat zijn van nature-nurture-interactie. Het symbool van de regenboogvlag is in dat perspectief heel representatief. Net zoals de regenboog een spectrum aan kleuren heeft, zo heeft de mens een spectrum aan seksuele identiteiten. Dat elke mens in alle vrijheid moge schitteren met zijn/haar/hun eigen kleur is mijn ultieme droom. 

Piet Hoebeke